Hoe ziet het optimale klimaatbos eruit?

De vastlegging van koolstof in bossen begint met de opname van CO2 uit de lucht. Een optimaal klimaatbos begint daarom altijd met een goed groeiend, gezond bos. Daarna is het zaak de opgenomen koolstof zo lang mogelijk vast te houden, en als uitstoot van CO2 onvermijdelijk is, dit zo goed mogelijk te benutten. Belangrijke opslagplaatsen van koolstof zijn de levende biomassa, strooisel en bodem, en houtproducten. In een optimaal klimaatbos wordt de voorraad levende biomassa op een zo hoog mogelijk niveau gehouden, waarbij nog steeds een zo hoog mogelijke bijgroei gerealiseerd kan worden, in combinatie met een duurzaam oogstniveau. De koolstof in bodem en strooisel wordt beschermd door zo min mogelijk gebruik te maken van bodembewerking. Het geoogste hout wordt zoveel mogelijk gebruikt in toepassingen met een lange levensduur. Zaagafval vindt een toepassing in bijvoorbeeld plaatmateriaal, of wordt ingezet voor de productie van bio-energie. Producten worden zoveel mogelijk gerecycled en aan het eind gebruikt voor bio-energie. In de praktijk is het lastig zo’n optimaal klimaatbos te realiseren en kan meer of minder aandacht gegeven worden aan bepaalde elementen, afhankelijk van de uitgangssituatie en overige functies die het bos moet vervullen. Daarnaast moet het bos ook nog eens zo goed mogelijk voorbereid zijn op klimaatverandering, onder andere door de boomsoortenkeuze af te stemmen op verwachte ontwikkelingen (bijvoorbeeld droogte), en te streven naar gemengd bos in verband met risicospreiding. Op korte termijn kan dit strijdig zijn met bijvoorbeeld het streven naar een hoge voorraad, maar op lange termijn levert dit een bos met een betere groei en minder risico op verlies van de koolstofvoorraad door natuurlijke verstoringen.

Hoe werkt het principe van koolstofvastlegging in vegetatie?

Planten nemen via fotosynthese CO2 op uit de lucht en zetten die met energie uit zonlicht om in suikers (= Bruto Primaire Productie). Een deel van deze suikers wordt gebruikt voor de onderhoudsademhaling, en een deel voor groei van de plantorganen (de laatste = Netto Primaire Productie). Door val en vertering van strooisel, resteert slechts een klein deel van de suikers als werkelijk netto toename van de plant (Netto Ecosysteem Productie). Bij bomen kan dit proces van netto groei zich over langere tijd (decennia tot eeuwen) voltrekken waardoor een grote hoeveelheid biomassa en dus koolstof' wordt opgebouwd. Uiteindelijk neemt de bosbiomassa niet meer toe doordat bijgroei en afbraak door sterfte in evenwicht komen. Behalve in de bomen zelf hoopt zich door strooiselval en humusvorming koolstof op in het organisch materiaal in de bodem. Dit laatste proces strekt zich vaak uit over meerdere omlopen.

Koolstofvastlegging in vegetatie heeft toch geen zin omdat na verloop van tijd de koolstof weer vrij komt?

Na verloop van tijd neemt de netto biomassa in oud bos niet meer toe. In een onbeheerd bos zullen bomen sterven en komt de koolstof weer vrij. In een beheerd bos wordt hout geoogst en gebruikt voor producten. Deze producten worden na verloop van tijd afgedankt en breken af. Het is dus inderdaad zo dat alle vastgelegde koolstof na verloop van tijd weer vrijkomt. Echter, bij bosaanleg op landbouwgrond wordt wel één keer een sprong gemaakt van een situatie met weinig koolstof naar één met veel koolstof. In bosbeheer met regelmatige rotaties wordt voortdurend andere koolstof vastgelegd, maar er is wel sprake van een hoeveelheid koolstof die continu aan de atmosfeer is onttrokken.

Zijn er verschillen in CO2-vastlegging tussen boomsoorten?

Jazeker, onderstaande tabel toont de jaarlijkse CO2-vastlegging voor enkele veelvoorkomende boomsoorten in Nederland. De cijfers zijn gebaseerd op de Opbrengsttabellen Nederland 2018, waarbij voor deze analyse gerekend werd vanaf de aanplant tot aan een leeftijd van 50 jaar. De aanplant is 5000 bomen per hectare, er wordt gedund en er geldt een gemiddelde boniteit

Hoeveel bomen moet ik planten om mijn auto te compenseren?

De gemiddelde autobezitter rijdt 13.000 km per jaar bij een verbruik van 1:14. Dat is 930 liter benzine per jaar. Bij een uitstoot van 2,8 kilo CO2 per liter benzine (well to wheel emissiefactor), moet u dan 2,6 ton CO2 per jaar compenseren. Als we voor een nieuw bos in Nederland uitgaan van een vastleggingssnelheid van 8 ton CO2/ha/jaar, zou u 0,33 hectare bos aan moeten leggen.

Is het verbranden van biomassa voor bio-energie duurzaam?

Levende bomen nemen CO2 op, wat ze voor het grootste gedeelte weer vrijgeven als ze sterven en vergaan. In een natuurlijk bos is dit een gesloten cyclus. In een beheerd bos grijp je in in deze cyclus waarbij je probeert hoge kwaliteit houtproducten te produceren. Daarbij komen ook altijd grote volumes lage kwaliteit vrij. Als men dit laatste hout opstookt komt CO2 vrij, maar dat was in de natuur ook gebeurd. Echter wordt bij de verbranding van biomassa voor bio-energie emissie van fossiel CO2 vermeden. Door verbranding van kolen wordt een netto hoeveelheid CO2 aan de atmosfeer toegevoegd, bij biomassa is dat niet het geval. De biomassa moet wel afkomstig zijn uit reststromen of lage kwaliteiten rondhout. Verder moet het hout afkomstig zijn uit duurzaam beheerde bossen en moet het niet leiden tot een sterk verhoogde houtoogst. Dit wordt gewaarborgd door certificering. De nutriëntenbalans in de bodem en de biodiversiteit zijn ook van groot belang. Daarnaast moet de verbranding van biomassa plaatsvinden in een centrale (en niet bijvoorbeeld in een open haard) om efficiënte warmteproductie te garanderen en emissie van fijnstof te beperken.

Zie ook de infographic 'Hout als hernieuwbare brandstof' van Stichting Probos:

https://www.probos.nl/images/pdf/overig/Probos_Infographic_hout_als_hernieuwbare_brandstof_2019.pdf